logo
Populate the side area with widgets, images, navigation links and whatever else comes to your mind.
18 Northumberland Avenue, London, UK
(+44) 871.075.0336
ouroffice@vangard.com
Follow us
lowy
ylow

Yenifer, 15 jaar

Ik heb een muur om me heen gebouwd. Zo bescherm ik mezelf tegen mensen die me weer kunnen verlaten.

De eerste drie jaar van mijn leven heb ik op straat geleefd met mijn moeder in Colombia. Zij werkte in een tabakskraam en dan bleef ik alleen. Toen dat niet meer ging bracht ze me naar mijn tante. Maar die kon ook niet voor me zorgen en bracht me naar het tehuis. Mijn moeder heeft zich toen nog gemeld en er werd een afspraak gemaakt met de kinderbescherming. Maar toen die bij haar langs gingen was ze er niet. Als ze er wel was geweest was ik misschien niet naar Nederland gekomen.

Ik was 4,5 toen ik bij mijn adoptieouders en mijn zus in huis kwam. Ik weet nog dat ik heimwee had en dat het koud was. En ik moest in een kinderstoeltje in de auto. Dat vond ik niks. Er waren cadeautjes en mensen die me omhelsden. Meer weet ik niet meer.

Later zeiden mensen weleens dat mijn zus zo op mijn moeder leek. En daar stond ik dan naast. Zij wit, ik bruin. Ik wilde weten wie mijn moeder was. En of ik op haar leek. Ik weet haar naam maar ik mag haar niet zoeken van mijn adoptiemoeder. Ze denkt dat ik het emotioneel nog niet aan kan. Ik ben niet zozeer verdrietig over de adoptie, maar ik heb wel steeds die vraag in mijn gedachten; ‘waarom liet je me gaan?’

Ik laat mensen niet binnen in mijn wereldje.

Toen ik bijna acht was werd ik door mijn ouders gedwongen om naar therapie te gaan. Daar heb ik me tegen verzet. Ik sprong zelfs bijna uit de rijdende auto. Echt gevaarlijk. Ik zei vooraf al dat ik het afschuwelijk vond en dat het niets zou worden. En het werd ook niks. Want ik wou het niet. En dan doe ik het ook niet. Ik praat niet graag met mensen over de adoptie. Ook niet met vriendinnen.

Vroeger in het tehuis noemden ze me al ‘de koningin’. Omdat ik zo kon drammen wanneer ik mijn zin niet kreeg. Het is mijn manier om dingen voor elkaar te krijgen. Ik zoek ook de grenzen op. Als iemand ‘nee’ zegt dan doe ik het toch.  Ik heb vaak ruzie met mijn moeder. Schreeuwen en met deuren smijten en zo. Ik weet precies hoe ik haar moet raken. Ik kan niet goed met haar praten.Mijn vader zie ik maar af en toe. Ze zijn drie jaar geleden gescheiden. Mijn zus was daar verdrietig over. Ik accepteerde het heel snel. Het is toch zoals het is? Wat heeft het dan voor zin om daar lang bij stil te staan?

Op de basisschool moest ik overstappen naar speciaal onderwijs. Ik kan gewoon niet rekenen. En dat heb je eigenlijk overal wel voor nodig. Ik volg nu praktijkonderwijs. Ik wil graag afrokapper worden. Als ik klaar ben met school wil ik weg hier uit de Achterhoek. Op mezelf wonen en naar een warm land.

Ik laat mensen niet binnen in mijn wereldje. Ik wilde vroeger al niet dat anderen mij hielpen. Ook mijn ouders niet. Ik wilde niet dat ze me aanraakten. Bij het afdrogen na het douchen bijvoorbeeld. Dat kon ik toch zelf wel? Ik was al vier en ik had het toch altijd zelf gedaan?Ik vertrouw anderen niet. Ik kan me niet hechten aan mensen. Daar voel ik verder niet zoveel bij. Het is gewoon zo. Ik kijk liever van een afstandje mee.

tekst: Kim van Schie