logo
Populate the side area with widgets, images, navigation links and whatever else comes to your mind.
18 Northumberland Avenue, London, UK
(+44) 871.075.0336
ouroffice@vangard.com
Follow us
iris_02
johanna1iris
johanna2iris

Johanna Iris, 23 jaar

 Toen ik drie maanden was, ben ik geadopteerd vanuit Bogota, Colombia. Direct na mijn geboorte ben ik naar een kindertehuis gebracht. Ik heb begrepen dat mijn moeder, toen 18 jaar, niet de mogelijkheid had om mij op te voeden. Met mijn vader die toen 26 jaar oud was, had ze wel een relatie, maar hij wilde niet dat ik kwam. Mijn moeder had ook geen contact met haar biologische familie. Ik denk dat ze heel alleen was en in een moeilijke situatie zat.

Ik ben blij met het gezin waarin ik ben opgegroeid. Ik heb veel mogelijkheden gekregen en zeker met mijn adoptiemoeder kan ik delen hoe ik me voel en waar ik mee bezig ben. Ik heb een vriend en ik heb vriendinnen. Ik doe een studie pedagogiek omdat ik later graag kinderen wil helpen. Maar niet alles gaat vanzelf. Ik kan veel piekeren, vraag me vaak af of ik wel goed genoeg ben. In het contact met mensen kan ik gespannen zijn: doe ik het wel goed? Wat mensen zeggen vat ik snel persoonlijk op. Ik heb last van faalangst. Ik heb de neiging om dingen te vermijden die ik moeilijk vind, zodat ik niet kan falen. Maar ja, dan heb ik alsnog het gevoel dat ik faal dus eigenlijk schiet ik daar niets mee op. Mijn angsten zijn zo opgelopen dat ik er op dit moment mijn studie voor onderbroken heb en opnieuw in therapie ben gegaan. Mijn angsten bestaan eigenlijk al sinds ik twaalf was, toen kreeg ik ook paniekaanvallen. Ik kropte destijds veel op van wat ik dacht, was bang dat anderen me toch niet zouden begrijpen. Tegenwoordig heb ik daar iets minder last van, ik spreek me meer uit. Desalniettemin blijven mijn angsten aanwezig. Dat merk ik ook aan mijn lichaam: mijn lichaam is altijd zo gespannen dat ik fysiotherapie heb om me wat beter te leren ontspannen.

Doe ik het wel goed?

In de loop van de jaren ben ik meer een link gaan leggen tussen mijn adoptie en mijn angstklachten. De spanningen, de faalangst; ze zijn er niet zomaar. De stress die mijn moeder tijdens haar zwangerschap moet hebben gehad, daar heb ik ook iets van meegekregen.

Ik ben nooit terug geweest naar Colombia. Dat had ik wel gewild. Na de havo heb ik een tussenjaar genomen. Ik leerde Spaans, had het idee om naar Colombia te gaan en dan ook met de mensen daar, en hopelijk ook met mijn moeder, te kunnen communiceren. Mijn adoptievereniging is haar voor mij gaan zoeken en vond haar ook. Ik was heel blij. Maar toen mijn adoptievereniging haar vroeg naar mij, reageerde ze ontkennend: ze zei nooit een kind ter adoptie te hebben aangeboden. Later draaide ze dit terug, zei dat dit wel was gebeurd, maar dat de adoptie een gesloten boek voor haar was en dat ze niets met mij te maken wilde hebben. Mijn vereniging heeft haar gevraagd om erover na te denken. Ik ben en blijf tenslotte haar dochter. Daarna is het niet meer gelukt om contact met mijn moeder te krijgen. Ze nam haar telefoon niet meer op en werkte niet meer op de plek waar ze eerder werkte. Ik ben lang teleurgesteld en boos geweest. Maar goed, ik denk dat mijn moeder gewoon een hele nare tijd heeft gehad waar ze niet meer aan herinnerd wil worden. Anders handel je niet zo als je dochter contact met je zoekt. Ja, ik praat er luchtiger over dan ik het ervaar. Dat is ook iets waar ik goed in ben; mijn emoties verbergen en weglachen. Als ik heel eerlijk ben, is het feit dat ik ben afgestaan erg voor mij, maar het is nog veel erger om na mijn adoptie nog een tweede keer door mijn moeder afgewezen te zijn.